Geschillen

 

Geschillen en Reglementen

Geschillencommissie
De Commissie: Voorzitter: dhr. J. Zevering, Secretaris: mevr. J. Mulder-Joling

1. Taak en bevoegdheden van de Geschillencommissie:
1.1. De Commissie heeft als taak het in behandeling nemen van geschillen en/of klachten ter zake van een (vermeende) overtreding door het Opleidingscentrum/instituut en/of een der docenten.
1.2. De voorzitter en secretaris doen een voorstel, bereiden voor en nemen zo vaak als nodig wordt geacht, de ingekomen correspondentie door, beoordeelt de klachten en geschillen op ontvankelijkheid, waaronder het vaststellen van de identiteit van de klager en of hij/zij de bevoegdheid heeft een klacht en/of geschil in te dienen, beantwoordt de klachten en/of geschillen, onderzoekt de klachten en/of geschillen vraagt aanvullende informatie aan de klager dan wel daartoe geëigende derden.
1.3. Wordt door de Commissie een onderzoek ingesteld, dan is (zijn) het Opleidingscentrum/instituut en (de) daarbij betrokken docenten verplicht daaraan zijn (hun) volledige medewerking te verlenen.
1.4. De Commissie heeft de bevoegdheid het tot stand komen van een minnelijke regeling tussen partijen te beproeven.
1.5. In alle gevallen waarin de voorwaarden van de stichting niet voorziet, beslist de Commissie, met inachtneming van de eisen van redelijkheid en billijkheid.
1.6. De Commissie vergadert zoals zij dienstig acht doch tenminste één keer per jaar.
1.7. De Commissie doet binnen twee maanden uitspraak.

2. Ontvankelijkheid van de klacht en/of geschil
2.1. De Commissie verklaart een klacht of geschil niet ontvankelijk indien over dezelfde klacht of hetzelfde geschil een geding aanhangig is (of is geweest) bij of reeds een uitspraak is gedaan door een rechter, een rechterlijk college, een commissie van scheidslieden of een daarmee vergelijkbare instantie.
2.2. Een klacht of geschil wordt door de Commissie slechts in behandeling genomen, indien betrokkene het geschil vooraf reeds aan het instituut heeft voorgelegd.

3. Het indienen van een klacht en/of geschil
3.1 Tot het indienen van een klacht en/of geschil zijn bevoegd: Cursisten (bij minderjarigen de ouders/verzorgers van de cursisten)

3.2 Een klacht dient eerst schriftelijk te worden ingediend bij Opleidingscentrum Nieuwleusen (Instituut NOORD). Komen klager en het instituut niet tot overeenstemming, dan zie punt 4.3.

3.3 Een ingediende klacht wordt binnen één week na ontvangst schriftelijk (per post/email) bevestigd. Inhoudelijk wordt de klacht binnen twee weken na ontvangst afgehandeld.
3.4. Een klacht en/of geschil kan uitsluitend schriftelijk worden ingediend bij de commissie, p/a Opleidingscentrum Nieuwleusen (Instituut NOORD) Adresgegevens zie Contactgegevens.
De commissie bevestigt schriftelijk de ontvangst van de klacht en/of het geschil. Een klacht en/of geschil kan slechts eenmaal worden ingediend.
3.5. De klacht en/of geschil dient de naam en het adres, postcode en woon- of vestigingsplaats van zowel de klager als het instituut te bevatten, alsmede afschriften van de op de klacht en/of het geschil betrekking hebbende stukken en bescheiden.
3.6. Indien de commissie een klacht en/of een geschil niet ontvankelijk acht dan wel zich niet bevoegd acht een klacht en/of een geschil te behandelen, deelt zij dit met redenen omkleed, aan de klager en de betrokken deelnemer mee.

4. De behandeling van klachten en/of geschillen
4.1. De commissie verstrekt informatie over, reageert op en onderzoekt de klacht en/of het geschil en hoort het instituut en de klager. De Commissie kan ook één of meer andere personen dan wel getuigen horen en zich door deskundigen doen bij staan. Dit laatste geldt eveneens voor het betrokken instituut en de klager.
4.2. Het betrokken instituut is verplicht inzage in zijn, op de klacht en/of het geschil betrekking hebbende, bescheiden te geven aan de commissie, indien de commissie dit ten dienste van het onderzoek gewenst acht.
4.3. De commissie dient de gegevens die in het kader van de klacht en/of het geschil zijn verkregen, vertrouwelijk te behandelen en deze alleen te gebruiken voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt.
4.4. De leden van de commissie beslissen naar billijkheid en redelijkheid.
4.5. De commissie doet schriftelijk uitspraak binnen een tijdsbestek van twee maanden na ontvangst van de klacht en/of het geschil. Zij kan van deze termijn afwijken wanneer het onderzoek daartoe aanleiding geeft.
4.6. De uitspraak is met redenen omkleed. Zij wordt onverwijld ter kennis gebracht van de klager en het betrokken instituut.
4.7 De uitspraak van de commissie is bindend.

5. De kosten van de Geschillencommissie
5.1. Aan de voorzitter en secretaris van de commissie (onbezoldigd) kan een onkostenvergoeding worden toegekend.
5.2. Deze vergoeding, alsmede de door de commissie gemaakte kosten, komen voor rekening van het instituut.
5.3. De kostenvergoedingen kunnen bestaan uit gemaakte reis- (vergoeding per gemaakte km.), en/of verblijfskosten, administratie- en/of portokosten.

6. Jaarlijks verslag van de Geschillencommissie
6.1. De commissie brengt jaarlijks, telkens vóór 1 mei van het daarop volgende jaar, een schriftelijk verslag uit.
6.2. Het verslag vermeldt ten minste het aantal ingediende klachten en/of geschillen, het aantal onderzoekingen dat is ingesteld, het aantal onderhanden zaken, alsmede het aantal uitspraken.
6.3. Verslagen van ingediende klachten en uitspraken van de commissie worden tot vijf jaar na dato bewaard door het instituut.

Commissie van toezicht
De commissie: Voorzitter: dhr. E. Mulder, Secretaris: dhr. B. Overeem

1. De taken en bevoegdheden van de Commissie van toezicht
1.1. De commissie heeft als taak toezicht te houden op het in gebruik zijnde lesmateriaal (teksten)
1.2. De commissie heeft als taak toezicht te houden op het in gebruik zijnde examenmateriaal (teksten)
1.3. De commissie heeft als taak nieuw les- en examenmateriaal (teksten) voorafgaande aan ingebruikneming te controleren en eventuele correcties aan te brengen.

2. Evaluatie cursus- en eindtoetsmateriaal
2.1. De commissie heeft als taak, ten minste eenmaal per jaar voor 1 mei, n.a.v. het afgelopen cursusjaar, een bijeenkomst te beleggen waarin het hierboven genoemde les- en eindtoetsmateriaal wordt besproken en het gebruik ervan geëvalueerd.
2.2. De commissie geeft het instituut, indien nodig, de opdracht het gebruikte materiaal aan te passen.

3. Handhaving eindnormen
3.1. De commissie heeft als taak toe te zien op de handhaving, door het instituut, van de gestelde eindnormen. Dit gebeurt door steekproefsgewijs de beoordeling, door het instituut van de door de cursisten gemaakte examenopdrachten, aan een controle te onderwerpen.
3.2. De commissie heeft als taak het instituut te berispen bij het niet naleven van de eindnormen.
3.3. Ten minste eenmaal per jaar (na de hierboven genoemde evaluatie en ten minste voor 1 juni), brengt de commissie schriftelijk verslag uit van haar bevindingen.

4. De kosten van de Commissie van toezicht
4.1. Aan de voorzitter en secretaris van de commissie (onbezoldigd) kan een onkostenvergoeding worden toegekend.
4.2. Deze vergoeding, alsmede de door de commissie gemaakte kosten, komen voor rekening van het instituut.
4.3. De kostenvergoedingen kunnen bestaan uit gemaakte reis- (vergoeding per gemaakte km.), administratie- en/of portokosten.

Contact geschillencommissie: zie contactgegevens